Van criticaster tot criticus?

De discussie over de aard en reikwijdte van de kunstkritiek is niet nieuw. Het in vraag stellen van de eigen positie hoort dan ook tot de kerntaken van de criticus. In het hedendaagse debat bakkeleien critici, journalisten en andere geïnteresseerde partijen vooral over de verhoudingen tussen nieuwe en oude media, en over culturele reflectie versus een door marketing aangedreven (tekst)productie. Opvallend is dat in de afgelopen maanden enkele nieuwe initiatieven het licht zagen en dat uit diverse hoeken een roep weerklonk om een kwalitatieve reflectie op kunst, mens en maatschappij. Nog opvallender (of net niet) is dat dergelijke berichten steeds meer – niet zelden negatieve – weerklank vinden bij vertegenwoordigers van de oude media. Toch?

Een belangrijke instigator van die discussie is het falende economische kader. Een verlies aan reclame-inkomsten doet kranten en tijdschriften kreunen. De redacties van die print media moeten beknibbelen op personeel en werkmiddelen. Met als gevolg dat (onder meer) de kunstkritiek moet inboeten aan kwantiteit en kwaliteit. Er verschijnen minder uitgepuurde artikels in kranten, tijdschriften staan onder druk en moeten ‘roeien met de riemen die ze hebben’. Die schaarser uitvallende ruimte wordt bovendien alsmaar meer geannexeerd door openlijke vormen van reclame of inhoud die zich wel heel erg graag laat aansturen door marketingmechanismen.

De noodsituatie van vele print media is niet louter te wijten aan de recente internationale economische dip. Wel legt die barre economische toestand de pijnpunten van die media bloot. Als een medium dat zich steeds meer verlaat op commerciële overwegingen in de problemen komt wanneer die fundamenten barsten vertonen, is dat eerder een symptoom van een uitgebreid, mank lopend systeem dan enkel een oorzaak.

Velen zien heil in de nieuwe media. Op het internet speelt de beperking in de ruimte alvast een minder bepalende rol. Ook in het Nederlandstalige deel van de global village duiken initiatieven op die van de mogelijkheden van het internet willen gebruikmaken om het (gedeeltelijke) falen van de oude media te counteren. En die intentie ook expliciet verwoorden.

Zo is er voor algemene journalistiek een website als De Werktitel en voor literatuurkritiek het platform deReactor. Beide verbinden het internet uitdrukkelijk met kwaliteit, een verhouding die allesbehalve onproblematisch is. Allebei herbergen ze ook journalisten, critici en andere scribenten die eerder in de gedrukte media hun zegje konden doen. In de zeshonderdste aflevering van (papieren) maandschrift Filmmagie legt Ivo De Kock de vinger op de zere plek van vele internetinitiatieven – met vooral aandacht voor fansites en blogs, maar zijn kritiek werkt ruimer door:

Het wegvallen van professionele verantwoordelijkheid [bij bloggers] neemt de stilistische en inhoudelijke rem weg terwijl de klemtoon ligt op de interesse van de schrijvers (en niet van de veronderstelde doelgroep).

[...]

De crisis van de filmkritiek loopt […] door tot in de blogosfeer. Op amateurbloggers moeten we (voorlopig?) niet rekenen om innovatieve, verontrustende of kwetsbare films te duiden en te analyseren. Net zomin als op professionele critici die in naam van informatie reflectie weren. Alleen zorgt internet voor een valse democratisering, een misleidend idee van people power gebaseerd op de opvatting dat alle opinies evenwaardig zijn en dat we ons in onze cultuurbeleving moeten laten leiden door gelijkgezinden. Waarbij het gevaar van vervlakking en conservatisme om de hoek komt loeren.

(Filmmagie, december 2009, p.17.)

In het beste geval weigeren stemmen uit de gedrukte media om werkeloos aan de zijlijn te blijven staan. Er is immers niemand bij gebaat om krampachtig oude verworvenheden te blijven verdedigen tegen feitelijke veranderingen in. Het zijn dus niet alleen internauten die vurige pleidooien houden om de kwalitatieve inflatie van de kunstkritiek aan de kaak te stellen. Ook in de ‘traditionele’ media duiken stemmen op die een degelijke reflectie op kunst en cultuur willen verdedigen. Voor de filmkritiek gebeurde dat dus in Filmmagie, met het artikel ‘Is er een criticus in de zaal? Zin of onzin van filmkritiek in de 21ste eeuw’. In het slot van dat artikel pleit Ivo De Kock voor een criticus als gepassioneerde kenner, zodat enthousiasme en kwaliteitsvolle reflectie elkaar in balans houden.

Zo kan in deze veranderende tijden een interactie tussen de kijker en de filmauteur tot stand komen. Via teksten die gedrukt of online geplaatst worden en er voor zorgen dat creatieve passie verhelderend en aanstekelijk werkt.

(Filmmagie, december 2009, p. 19)

In het debat over de toekomst van de literatuurkritiek werpen zich vele stemmen op. Een duidelijke stellingname komt van Matthijs de Ridder. In De Leeswolf verscheen zijn polemische stuk ‘Geen bezoek, geen bloemen. Pleidooi voor een koel afscheid van de dagbladkritiek’, waarin hij de algemene gedrukte pers als podium voor literaire kritiek feitelijk verwerpt. (Het artikel is dan ook integraal online te lezen.)

Hoe het debat en de initiatieven die eruit voortvloeien verder ook verlopen, belangrijk is en blijft dat er in de publieke ruimte (in print of online) aandacht gaat naar een gedegen kunstkritiek. Een kritische reflectie die kunst, mens en maatschappij in aanmerking neemt.

Geef een reactie

Opgeslagen onder kritiek

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s