Christophe Vekeman wijst in De Morgen (16/12) op een vertaling van de Engelse auteur Patrick Hamilton . De uitgave Twintigduizend straten onder de hemel is een trilogie waarin elk verhaal focust op een personage dat gebonden is aan de Londense pub The Midnight Bell.
Uit het eerste boek (met als centrale personage Bob, een ober met literaire ambities) haalt Vekeman een zin aan die alvast doet likkebaarden:
Bob zonder dienblad zou zoiets zijn geweest als een lichtgeraakt schrijver zonder gedachtestreepjes – hij zou nauwelijks meer hebben kunnen werken.
(Patrick Hamilton, vertaald door Elles Theulen)
Op de cover van de vertaling, zo schrijft Vekeman, staat de aanbeveling als zou Hamilton “een hype à la Richard Yates” verdienen. Over die Yates stak Vekeman al meermaals de loftrompet: in een uitgebreid artikel over diens Revolutionary Road, in een stuk over de verfilming van dat boek door Sam Mendes en in het Vlaams-Nederlandse boekenprogramma Iets met boeken.
Wat beide auteurs gemeen lijken te hebben is een aandacht voor een onontkombaar falen in persoonlijke relaties. Getuige daarvan het koppel dat Yates opvoert in Revolutionary Road. In een mix van leugens, gedeukte ambities en emotionele verstarring kapseist een echtpaar uit de Amerikaanse suburbs van de jaren vijftig. De keuze van Sam Mendes om in zijn verfilming de rollen van het onherroepelijk afbrokkelende koppel te laten spelen door het Titanic-duo Kate Winslet en Leonardo DiCaprio voegt een bijzondere smaak toe aan het wrange verhaal van Yates.
Voeg aan de gedeelde kenmerken van Yates en Hamilton nog een scheut klassebewustzijn, donkere humor en een pen als een fileermes toe, en Vekemans interesse is te volgen. Dat beide auteurs een tragisch leven hadden, weet Vekeman ook wel te boeien – zeker als dat stof oplevert voor scherpe sociale en persoonlijke analyses.